Wij vertellen ’t iedereen

  Wij vertellen ’t iedereen, (Wij vertellen ’t iedereen)
Wij vertellen ’t iedereen, (Wij vertellen ’t iedereen)
Wij vertellen ’t iedereen, (Wij vertellen ’t iedereen)
waar Jezus woont.
(Herhalen)
1
Hij woont nu in onze geest en
Hij is onze levensbron.
Wij zijn één met Hem in geest en
wij vertellen ‘t iedereen.
  Wij vertellen ’t iedereen, (Wij vertellen ’t iedereen)
Wij vertellen ’t iedereen, (Wij vertellen ’t iedereen)
Wij vertellen ’t iedereen, (Wij vertellen ’t iedereen)
Christus is Heer.
(Herhalen)
2
Christus is de Boom des levens.
Heel Gods volheid woont in Hem.
Wij genieten van Zijn rijkdom
door Zijn Naam te ademen.