Trek mij, en wij jagen U na

1
Trek mij, en wij jagen U na,
Jezus, Jezus, Jezus, Jezus.
Trek mij, en wij jagen U na.
Trek mij, en wij jagen U na.
2
Daarom hebben maagden U lief,
Jezus, Jezus, Jezus, Jezus.
Daarom hebben maagden U lief.
Daarom hebben maagden U lief.
3
Ik vond Hem, die mijn ziel liefheeft,
Jezus, Jezus, Jezus, Jezus.
Ik vond Hem, die mijn ziel liefheeft.
Ik vond Hem, die mijn ziel liefheeft.
4
Ik greep Hem en liet Hem niet gaan,
Jezus, Jezus, Jezus, Jezus.
Ik greep Hem en liet Hem niet gaan.
Ik greep Hem en liet Hem niet gaan.
5
Ik houd van U met heel mijn hart,
Jezus, Jezus, Jezus, Jezus.
Ik houd van U met heel mijn hart.
Ik houd van U met heel mijn hart.
6
Uw liefde is zoeter dan wijn,
Jezus, Jezus, Jezus, Jezus.
Uw liefde is zoeter dan wijn.
Uw liefde is zoeter dan wijn.
7
Uw Naam is een geurige zalf,
Jezus, Jezus, Jezus, Jezus.
Uw Naam is een geurige zalf.
Uw Naam is een geurige zalf.