Ik vond de onvergelijkbare

1
Ik vond de onvergelijkbare,
mijn hart is vol van vreugd’.
Ik juich, omdat ik Christus heb:
Hij is mijn aller deugd.
2
Mijn Christus is het Lam van God,
welke redding valt mij ten deel.
Rechtvaardigheid van God is Hij,
waarmee Hij mij bekleedt.
3
Mijn Christus is de levensboom,
zo vol van vruchten zoet.
Mijn honger stilt Hij telkens weer,
Zijn leven smaakt zo goed!
4
Uit Christus als de levensbron
stroomt levend water voort.
Hij is de levende fontein,
Die immer rijker wordt.
5
Hij is mijn Redder, Herder, Heer,
mijn welzijn en mijn troost.
Hij is mijn vrede, rust en roem,
mijn heerlijkheid en hoop.
6
Hij is mijn wijsheid en mijn kracht,
mijn eer en heiligheid,
mijn overwinning, mijn geluk
en mijn gerechtigheid.