Heer, uit mijn banden, droefheid en nacht

1
Heer, uit mijn banden, droefheid en nacht,
kom ik tot U, kom ik tot U.
Brengt U mij vrijheid, vreugde en licht,
Jezus, ik kom tot U.
Uit al mijn zwakheid, Heer, in Uw kracht,
uit al mijn nood in Uw grenz’loze macht,
uit al mijn zond’ in U, die ‘t volbracht,
Jezus, ik kom tot U.
2
Uit al mijn falen, hoe ik ook tracht,
kom ik tot U, kom ik tot U.
In al wat Gij aan ‘t kruis hebt volbracht,
Jezus, ik kom tot U.
Uit aardse smarten, Heer, in Uw rust,
uit ‘s levens storm tot Uw veilige kust,
uit grievend leed in hemelse rust,
Jezus, ik kom tot U.
3
Uit al mijn hoogmoed, onrust en strijd,
kom ik tot U, kom ik tot U.
‘k Rust in Uw heil’ge wil voor altijd,
Jezus, ik kom tot U.
Uit eigenliefde in Uzelf, Heer,
uit wanhoopsnacht in Uw hemelse sfeer,
waar ‘k in aanbidding met U verkeer,
Jezus, ik kom tot U.
4
Uit al mijn angst en schrik voor de dood,
kom ik tot U, kom ik tot U.
In ‘t leven van God dat Jezus mij bood,
Jezus, ik kom tot U.
Uit mijn verderf, zo grondeloos diep,
in de armen van Jezus, Hij die mij riep,
en eeuwig dankbaar Hem die mij schiep,
Jezus, ik kom tot U.