Wat Hij is: Hij ’s de Vader

1
Wat Hij is: Hij ’s de Vader.
Hij is onze eeuw’ge Vader.
Hij is de Eerstgeborene.
Hij is de machtige ‘Ik Ben’.
Hij ’s de Vader! Wonderbaar.
2
Wat Hij is: Hij ’s de rivier.
De rivier van levend water.
Hij bereikt mij in een wildernis.
Hij is mijn toevlucht en mijn rots.
Hij’s de rivier! Wonderbaar!
3
Wat Hij is: Hij ’s de wijnstok.
Hij ’s de wijnstok, wij de ranken.
Hij ’s de Boom des levens, welk genot.
Om Hem te eten is ons lot.
Hij ’s de wijnstok! Wonderbaar!
4
Wat Hij is: Hij ’s de Herder.
Hij ’s het Lam van God, de weide.
Hij is onze rust en zonneschijn.
Onze stille wateren is Hij.
Hij ’s de Herder! Wonderbaar!
5
Wat Hij is: Hij ’s de Geest.
Hij ’s de alomvattende Geest.
Hij is alles en in allen.
Hij ’s rijk voor allen die roepen.
Hij ’s de Geest! Wonderbaar!
6
Wat Hij is: Hij ’s het Lichaam.
Hij ’s de volheid van de Godheid.
Hij ’s het centrum van Gods eeuwig plan.
De tweede mens, laatste Adam.
Hij is Wonderbaar, Wonderbaar!
7
What He is: He’s a Person.
He’s a real and living Person.
He is living now inside of us.
This Person is so glorious.
He’s a Person! Wonderful!
He is Wonderful, Wonderful.
He is Wonderful, Wonderful.