Eens zocht ik naar zegen, nu is het de Heer

1
Eens zocht ik naar zegen, nu is het de Heer.
Eens gevoel en emotie, nu Zijn woord veel meer.
Zocht ik eerst Zijn gaven, nu de Gever Zelf.
Zocht ik eerst genezing, nu Hem Zelf alleen.
  Eén in Hem voor eeuwig, Christus is mijn lied.
Alles is in Christus en Hij is alles voor mij.
2
Eens een pijnlijk streven, nu rust ik in Hem.
Eens maar deels behouden, nu volkomen verlost.
Zocht ik eerst naar houvast, nu is ’t God die mij draagt.
Eens een eindeloos driften, nu op vaste grond.
3
Eens mijn eigen plannen, nu vertrouw ‘k op gebed.
Eens vol van bezorgdheid, daar ben ‘k nu van gered.
’t Was wat ‘k zelf verlangde, nu wat Jezus zegt.
’t Was voortdurend vragen, nu een loflied altijd.
4
Eens mijn eigen werken, nu Zijn werk in mij.
‘k Streefde Hem te dienen, nu gebruikt Hij mij.
Eens naar kracht verlangend, nu de machtige Heer.
’t Zelf was altijd werkend, nu aan Hem de eer.
5
Eens mijn hoop op Jezus, nu weet ik: Hij is mijn.
‘t Vuur was aan het doven, maar schijnt nu helder en fel.
Eens de dood afwachtend, nu Zijn wederkomst,
en mijn hoop verankerd, veilig in ’t heiligdom.