Heer, nu zie ik

1
Heer, nu zie ik:
U wilt alleen dat ik geloof,
niet anders ben,
in al mijn fouten en gebrek.
Ik geloof in wat U deed
en niet in wat ik zie.
2
Heer, ik geloof.
Als alles hier verslagen is.
Uiterlijk verandert er helemaal niets.
Neen! Ik ben niet ontmoedigd,
ja, ik geloof in U.
3
Ja, ik geloof.
Er is niets dat U van mij verlangt.
Ja, geloof is alles wat U wilt van mij;
Vrij van alle twijfel,
ik ben vrij, ja, ik geloof.
4
Heer, ik geloof.
Want U bent mijn succes, o Heer.
Als ik faal, vraagt U alleen dat ik belijd
en van U blijf genieten,
o Heer, ik houd van U.