O, Heer, U bent het leven in mij

1
O, Heer, U bent het leven in mij,
en werk’lijk alles, Heer.
Zo subjectief en zo beschikbaar,
o Heer, ik ervaar U nu.
  O Heer, U bent de Geest,
hoe kostbaar bent U voor ons.
Hoe heerlijk kunnen wij nu genieten
van Uw aanwezigheid.
2
In al mijn noden, groot en klein,
voorziet U rijkelijk,
U bent de bron, meer dan voldoende,
o, vul mij met U zelf.
3
Zo zoet gezalfd, Heer, met Uw kracht,
in zwakheid sterkt U mij.
Uw levenskracht is als een stroom,
U draagt mij elke dag.
4
Uw levensweg nu in mijn wezen
bestuurt mij innerlijk.
De rijkdom van Uw realiteit
verzadigt meer en meer.
5
U bent voor eeuwig één met mij,
in eenheid, onbetwist.
Voor altijd nu één geest met U,
zelfs tot in eeuwigheid.