Er is een Mens in de heerlijkheid!

1
Er is een Mens in de heerlijkheid!
Zijn leven is voor mij,
vol reinheid en heiligheid,
vol vrijheid en kracht,
vol wijsheid en liefde,
vol tederheid is Hij.
  Zijn wonderbare leven,
moet nu mijn leven zijn.
Zijn wonderbare leven,
moet mijn leven zijn.
2
Er is een Mens in de heerlijkheid!
Zijn leven is voor mij,
Hij overwon satan,
en maakte mij vrij.
In ‘t leven nu heerst Hij,
hoe koninklijk is Hij.
3
Er is een Mens in de heerlijkheid!
Zijn leven is voor mij,
in Hem is geen ziekte,
geen zwakheid kent Hij.
Hij ‘s krachtig en levend,
zo bruisend is Hij.
4
Er is een Mens in de heerlijkheid!
Zijn leven is voor mij,
Zijn vrede blijft eeuwig,
lankmoedig is Hij.
Geduldig en hoopvol
verwacht Hij nu te zien.
  Dat Zijn kostbare leven,
nu ook mijn leven zij.
Dat Zijn kostbare leven,
nu mijn leven zij.