U bent heel mijn leven

1
U bent heel mijn leven,
want U leeft in mij.
Gods volheid en Gods wezen
in Uzelf geeft Gij.
Door Uw heilig leven
heiligt U ook mij.
Uit de dood verrezen
voert U heerschappij.
2
Stromen levend water
hebben mij verkwikt.
In de geest gemeenschap
met U, Heer, beschikt.
Mijn behoefte kennend,
maakt U mij bereid,
om U te ontvangen
in Uw heiligheid.
3
U zalft heel mijn wezen
met Uw Heil’ge Geest,
Die mijn geest verzadigt
en mijn ziel geneest.
Elk deel wordt veranderd
naar Uw beeld zo rein,
tot Uw leven mij brengt
tot volwassenheid.
4
Overvloedig leven,
krachtig, rijk en vrij,
immer groen, verfrissend,
is Zijn stroom in mij.
Ook de dood moet zwichten,
zwakheid wordt nu kracht,
ketenen verbroken,
zonlicht in de nacht.
5
Mij aan U te wijden
met mijn hart en kracht,
totdat Uw verlangen
in mij wordt volbracht.
Waarom mij verzetten,
als weerspannig klei,
en ik zo verhinder
al Uw werk in mij.
6
Ik staak alle werken
uit mijn eigen kracht.
Daar ik transformatie
uit Gods hand verwacht.
Bouw mij op, o Here,
met anderen tezaam.
Tot Uw lichaam uitstraalt
de glorie van Uw Naam.