Ik behoor aan Jezus

1
Ik behoor aan Jezus,
en niet aan mijzelf.
Alles wat ik heb en ben,
is van Hem alleen.
2
Ik behoor aan Jezus,
heerlijk, heerlijk feit.
Met Zijn eigen bloed heeft Hij
mijn hart en ziel bevrijd.
3
Ik behoor aan Jezus,
aan Hem die stierf voor mij.
‘k Houd van Hem en Hij van mij,
tot in eeuwigheid.
4
Ik behoor aan Jezus,
met lichaam, ziel en geest,
zodat Hij Zichzelf in mij,
dagelijks uitdeelt.