Heer, mijn liefde groeit en bloeit voor U

1
Heer, mijn liefde groeit en bloeit voor U,
ied’re dag opnieuw, maar juist ook nu.
Zonder U kan ik niet verder gaan,
‘t oude leven heb ik afgedaan
2
Denkend aan de tijden, bar en kil,
leegheid, droefheid, angst was daar mijn deel.
Jaren zonder U en zonder zin,
Heer, Uw redding bood een nieuw begin.
  Heer, ik bemin U, meer elke dag,
Heer, ik bemin U, steeds meer, maar juist ook nu.
3
O, de honger en de dorst zo groot,
nergens iemand die mij uitkomst bood.
Zoekend, onvervuld en zielsalleen.
al mijn moeite leidde nergens heen.
4
In mijn zoeken naar een vergezicht,
was mijn noodkreet, Heer, tot U gericht.
Blind was ik, tot Uw licht overwon,
nu drink ik van U, mijn Levensbron.
  Heer, ik bemin U, meer elke dag,
Heer, ik bemin U, steeds meer, maar juist ook nu.
5
Heer, U kwam en vulde mijn bestaan,
zoete vrede maakte mij voldaan.
Alles bent U, Geest van God, voor mij.
Geest in mijn geest, U maakt waarlijk vrij.
6
Dank U, dat U in mij woning maakt,
altijd bij mij blijft, mij nooit verzaakt.
Uw aanwezigheid, mijn grootste schat,
kostbaarder dan wat ik ooit bezat.