Drink, het water rein en helder, stromend van de troon

1
Drink, het water rein en helder, stromend van de troon.
Eet, de boom des levens, aan weerszijden van de stroom.
Zie, er is geen lamp, noch zon, noch maan, die ons verlicht.
Want hier is God ons licht!
  Kom maar, o, kom maar,
verklaren Geest en Bruid.
Kom maar, o, kom maar,
roepen zij beiden uit.
Kom maar, o, kom maar,
laat hem die dorst en wil
het water drinken om niet.
2
Hij ons leven, Hij ons licht en Hij de morgenster.
Hij ons water, Hij ons brood, dat ons tevredenstelt.
Hij de boom en Hij de vruchten, rijp en vol en zoet.
O, Christus is zó goed!
3
Onze kleren zijn gewassen door Zijn kostbaar bloed.
O Heer, Amen, Halleluja - Jezus is zó zoet!
De weg tot de boom des levens is volkomen vrij.
O, wat een Christus is Hij!
4
God, als onze wederzijdse woning schijnt alom.
Waar de broeders zijn verenigd in het heiligdom.
Jezus brengt ons allen samen, als een priesterdom.
In de samenkomst.